Oost-Indische Kers - De beschermheer
Kleurrijke creatieveling
De Oost-Indische kers is een opvallende en veelzijdige plant die oorspronkelijk afkomstig is uit de bergachtige gebieden van Zuid-Amerika, met name uit Peru en Bolivia. Ondanks haar naam komt de plant dus niet uit Oost-Indië.
De soort werd in de 16e eeuw naar Europa gebracht en groeide uit tot een geliefde sier- én eetbare tuinplant.
Echte held
De wetenschappelijke naam van het kruid stamt uit het Grieks: Tropaeolum Majus
Tropaeolum is afgeleid van Tropaion, wat trofee betekent, een symbool van overwinning.
Het ronde blad doet denken aan een wapenschild, de bloemen op een helm.
Majus betekent ‘groot’.

Enthousiaste gever
Vol enthousiasme en levenskracht kruipt of klimt het kruid alle kanten op, het is een gulle gever die behoorlijk wat ruimte kan innemen.
Het kleurt tuinen en balkons bont met gele, oranje en rode bloemen.
Soms zelfs in alle kleuren tegelijk aan dezelfde plant..
Voor de oplettende kijker: er wordt gezegd dat de rond de bloemen zo tegen het avondlicht en het ochtendgloren een sprookjesachtig schijnsel laten zien.
Het is eenjarig kruid, flexibel, kruipende of klimmend.
Niet heel veeleisend, in de zon gedijt het het best.
Op de bloemen komen veel bestuivers af.
Daarnaast is het kruid een waardplant voor de rups van het klein- en groot koolwitje (zonder rupsjes geen vlinders!)- en trekt bladluizen aan.
Een uitstekende ‘companion plant’ dus voor in je moestuin; plant het naast je groenten en ze hebben minder te lijden

Eetbaar
Zowel bladeren, bloemen als zaden zijn eetbaar en hebben een pittige, peperachtige smaak die doet denken aan waterkers of radijs. Je kunt er alle kanten mee op.
Ik geef er bijvoorbeeld een bite mee aan een salade, beleg mijn boterhammetje met kaas met een blad of bloem, maak pesto…
Een leuk weetje is dat de onrijpe zaden van Oost-Indische kers kunnen worden ingelegd als goedkoop alternatief voor kappertjes. Vroeger werden ze ook wel “arme-mensenkappertjes” genoemd. Het recept hiervoor vind je verderop in deze blog.
Signatuur
Binnen de traditionele signatuurleer, waarbij de uiterlijke kenmerken van een plant aanwijzingen zouden kunnen geven over haar werking, wordt de Oost-Indische kers geassocieerd met vitaliteit en bescherming.
De vurige kleuren van de bloemen worden symbolisch gekoppeld aan warmte, bloedcirculatie en levenskracht.
De ronde bladeren die doen denken aan kleine schilden en de bloemen waarin je de vorm van een helm kunt zien, zouden geïnterpreteerd kunnen worden als een teken van beschermende eigenschappen tegen infecties.
Het schijnsel bij ochtendgloren en het aanbreken van de avond zou wijzen op inspiratie en emotionele ontlading
Antibioticum van de natuur
De licht pittige smaak van het kruid komt vooral door het gehalte aan de inhoudsstof ‘mosterdglycosiden’. Glycosiden zijn stoffen die planten vrijgeven wanneer ze gekneusd of gekwetst worden. De plant beschermt zichzelf hiermee tegen bijvoorbeeld vraat, bacteriën en schimmels.
De verschillende inhoudsstoffen van de Oost-Indische kers gecombineerd (een kruid is meer dan de optelsom van inhoudsstoffen alleen) hebben antimicrobiële eigenschappen.
In de traditionele kruidengeneeskunde kent men het kruid als natuurlijk antibioticum ter preventie van infecties aan de lucht- en urinewegen en ter algehele bevordering van de weerstand.
(let op, het kruid kent aandachtspunten, meer hierover onderaan het blog)
Kortom, deze opvallende plant verenigt schoonheid, reinheid en eetbaarheid in één prachtig geheel!
Recept Oost-Indische kers ‘kappertjes’:
Benodigdheden
- 3 handjes vol verse zaden van Oost-Indische kers (oogst alleen de verse jonge witgroene zaden, geen zaden die al wat beginnen te verdrogen)
- 300 cc water
- 15 gram zout
- 200 cc lekkere azijn (bijvoorbeeld witte wijnazijn of kruidenazijn)
- Optioneel: kruiden naar eigen smaak, bijvoorbeeld peperkorrels, laurierblaadje, dille, dragon, wat je lekker vindt
Werkwijze
Dag 1
- Maak een pekelbad van 3 deciliter (warm) water en 15 gram zout.
- Roer tot het zout is opgelost
- Voeg de zaden toe
- Laat dit 24 uur bij kamertemperatuur staan
Dag 2
- Neem 2 kleine- of 1 grote schone (kort in kokendheet water of gesteriliseerd met consumptie alcohol) potjes.
- Giet de zaden door een zeef.
- Doe optioneel in elk potje wat kruiden naar eigen smaak
- Schep met een schoon lepeltje de uitgelekte zaden in de potjes
- Giet de azijn erover tot de zaden minimaal 1 centimeter onder azijn staan
- Sluit de potjes en bewaar op een koele donkere plek (hoeft niet in de koelkast)

Gebruik
- Na ongeveer 1 maand zijn de kappertjes klaar voor consumptie
- Bewaar ze maximaal 1 jaar in de koelkast Maar ze zijn zó lekker dat ze vast ruim voor die tijd al op zijn 😉
Stralende groet,
Gerry
Aandachtspunten
Het gebruik van kruiden vervangt nooit het consult / een behandeling van een arts, ga niet thuisdokteren.
Dit kruid onder andere niet gebruiken bij schildklierproblemen of allergie voor waterkers.
Bij te hoge dosis kan er irritatie van mond- maag en darm ontstaan
Vond je deze blog leuk? Deel hem gerust!







































































