De voornaamste toepassing is dus bij allerhande luchtwegklachten.
Het werd door Dioscorides (één van de pioniers van de geneeskunde en kruidenwetenschap) aan het begin van onze jaartelling al ‘hoestkruid’ genoemd.
Het werd zelfs ingezet bij stoflongen, zoals je dat zag bij mijnwerkers, molenaars en bakkers.
Het kruid werd tot volgens sommige bronnen nog tot in de jaren 50 ‘gewoon’ als kruid gebruikt, tegenwoordig wordt het voor inwendig gebruik alleen nog in homeopathische verdunning ingezet in verband met de inhoudsstof pyrrolizidine alkaloïde die zich zou kunnen gaan stapelen in de lever.
Overig gebruik
Klein hoefblad werd vroeger ook wel gebruikt om tondel mee te maken om een vuur aan te maken, en het blad werd bewerkt om er rookkruid van te maken als vervanger van tabak.
Als bodemverbeteraar is het kruid uitstekend geschikt, het maakt met de wortels de grond los en kan verontreiniging in zich opnemen en zo de grond reinigen.
Alhoewel het inwendig gebruik van het kruid dus wordt afgeraden zou het kruid erg smakelijk zijn en staan er op internet recepten te vinden van mensen die bijvoorbeeld siroop, gelei en wijn van de bloemen maken. Ik zou dan even op eerder genoemde zaken (alkaloïden en verontreinigde grond) letten).
Al met al een bijzonder kruidje, dat ook door de vroege insecten zeer wordt gewaardeerd vanwege de nectar, als de koude nog regeert en er weinig voedsel te vinden is.
Groot Hoefblad - (Petasites hybridus)
Groot hoefblad maakt een heel bijzondere bloem met een mysterieus, toverachtig uiterlijk.
Een bolvormige kaars met kleine bleekroze bloemetjes steekt ineens langs de waterkant de kop op.
Ik vind deze ‘roze knotsen’ fascinerend om naar te kijken.
Zoals de naam al doet vermoeden maakt hoefblad véél grotere bladen dan het klein hoefblad, wel 60cm tot 1m breed en behoren daarmee tot de grootste van de flora die we hier kennen.
De enorme bladeren staan op een stevige steel en doen een beetje denken aan een parasol of paraplu. Hiervoor werden ze ook echt gebruikt door mensen die werden overvallen door een buitje of door de brandende zon moesten lopen.
Waarschijnlijk vonden de Oude Grieken dit ook een handige toepassing: de Griekse naam Petasos (waarvan Petasites is afgeleid) betekent zoiets als breed gerande hoed. Je zou kunnen zeggen dat het een beschermend kruid is.
Ik had het net al even over volksnamen die het een en ander kunnen vertellen over het kruid.
Bijzonder leuk vind ik de Engelse volksnamen ‘Butterbur en Butterdock’ en het Nederlandse Boterklis:
Wist je dat het grote blad vroeger werd gebruikt om vers gekarnde boter in te bewaren?
Het zou de boter beschermen tegen warmte en het langer goed houden.
Er gaat zelfs een verhaal de ronde dat er in een oude zuivelwinkel die door een nieuwe eigenaar werd verbouwd, boter gevonden werd die al jaaaaaren oud moest zijn en nog steeds niet bedorven was.

Of het verhaal waar is weet ik niet, ik weet wel dat ik de boter even over zou slaan...
Veel voorjaarsvreugde!
Kruidige groet,
Gerry