Het blad van de Zomereik heeft ten opzichte van de Wintereik een veel korter steeltje en is ‘gelobd’, dat wil zeggen dat het zachte rondingen heeft.
De vruchten, de eikeltjes, hebben een daarentegen een wat langer steeltje. Denk maar aan de napjes, waarmee kaboutertjes als 'pijpjes’ de mond in prentenboeken staan afgebeeld.
Het blad van de Wintereik is veel spitser en puntiger en zit op een langer steeltje. De vruchten hebben juist weer een heel kort steeltje en staan als trosjes bij elkaar.




























































